Gezondheid

Pagina

In dit stukje Gezondheid vindt u informatie over Demodex, Hereditary Cartaract, L2-HGA en Patella Luxatie.

Demodex
Vooral bij jonge honden komt een infectie met de demodex mijt regelmatig voor. Dit wordt demodicose, of jonge hondenschurft genoemd. De demodexmijt is een mijt die van nature voorkomt in de huid van de hond. Wanneer de weerstand van de hond (nog) niet optimaal is, kan de mijt problemen veroorzaken. Bijvoorbeeld jonge dieren, of oude en zieke dieren. De demodexmijt is gastheerspecifiek. Dat wil zeggen dat de mijt niet van de hond naar de kat of de mens overloopt.

Demodex wordt in twee vormen gezien:
1. De gegeneraliseerde vorm
dit is een ernstig ziektebeeld. De huid kan aangetast zijn over het gehele lichaam. De huid vertoont haaruitval, met of zonder jeuk. Wanneer deze plekken met bacteriën geïnfecteerd worden, ziet men grote, etterende en soms bloedende zweren, die ook pijnlijk kunnen zijn. Hierdoor reageert de hond meestal in eerste instantie goed op antibiotica. De mijt wordt hiermee niet bestreden, echter alleen de bacterie. In de praktijk wordt dienovereenkomstig waargenomen dat als de antibiotica uitgewerkt is, de bacterie weer terug komt. Hierdoor is de algehele weerstand van uw huisdier verder afgenomen. Waardoor de mijt nog sterker wordt en de aandoening zich verder gaat uitbreiden! Deze vorm komt vaker voor bij oudere honden en kan wijzen op een slecht werkend immuunsysteem.

2. De lokale demodex vorm
De huid is op enkele plaatsen lokaal aangetast. Meestal op hoofd, snuit en poten. Hier is duidelijk een kale plek te zien. Regelmatig is alleen enige kaalheid en roodheid te zien. Jeuk komt in bepaalde gevallen voor. Veelal is deze vorm te zien bij jonge pups in de leeftijd van 3-6 maanden, die op dat moment een tijdelijke verminderde weestand hebben.

Hoe wordt de diagnose gesteld?
Door middel van een huidafkrabsel wordt de diagnose demodicose. Met een speciaal scherp lepeltje krabt de dierenarts een dun huidlaagje af en bekijkt dit onder de microscoop.

De therapie
De therapie bestaat uit het bestrijden van de mijten met een speciale shampoo die op de plekken wordt aangebracht.
Omdat demodicose gepaard gaat met een weerstandsvermindering van de huid, wordt om de huid te ondersteunen vaak extra vitaminen en vetzuren voorgeschreven.

 

Hereditary Cartaract
Dankzij een doorbraak bewerkstelligd door wetenschappers van het Animal Health Trust (AHT), hetzelfde instituut dat ook de L2-HGA DNA-test heeft ontwikkeld, kunnen lijders aan Congenitaal Cartaract (HC) bij Staffordshire Bull Terriers tot het verleden behoren. Sinds 2007 is er een DNA- test hiervoor beschikbaar gekomen.

Congenitaal Cartaract (HC) een oogafwijking – maar daarover later meer – is een erfelijke ziekte welke de gemoederen in de SBT wereld al lang bezig houdt. In het verleden werden alleen de lijders (honden die de ziekte daadwerkelijk hebben en het ook zullen doorgeven aan hun nageslacht) opgespoord door middel van een onderzoek aan het oog zelf of natuurlijk doordat de hond last krijgt van deze aandoening en ziek wordt. Maar omdat oogziekten waaronder ook bepaalde vormen van cartaract zich ook op latere leeftijd kunnen ontwikkelen, kan het zo maar zijn dat een SBT welke nu vrij van een oogziekte wordt verklaard, hier later alsnog last van krijgt omdat de ziekte zich ontwikkeld (progressie) heeft. Daarnaast heb je ook nog de categorie Staffordshire Bull Terriers die het wel in hun DNA (erfelijk materiaal) hebben maar zelf nooit Congenitaal Cartaract (HC) zullen krijgen. Zij kunnen het wel doorgeven aan hun nageslacht, de zogenaamde dragers, en in een combinatie met een andere drager kunnen zij dan puppies voorbrengen die daadwerkelijk Congenitaal Cartaract (HC) zullen krijgen met alle zorgen en verdriet van.

Dr. Cathryn Mellersh en haar team bij het Animal Health Trust hebben de voor Congenitaal Cartaract (HC) verantwoordelijk gen opgespoord en zij hebben vastgesteld dat alle lijders twee exemplaren van deze mutatie hebben, terwijl een drager “slechts” één exemplaar hebben. Aan de hand van de DNA- test kan zonder twijfel worden vastgesteld of een SBT, lijder, drager of vrij is. Dr. Cathryn Mellersh geeft aan dat dragers niet van de fok behoeven te worden uitgesloten. Als men fokt met een drager maal een drager, dan betekend dat er 25% kans is dat de puppies Cartaract zullen krijgen, 50% zal zelf drager worden en 25% van de puppies zal vrij zijn van Congenitaal Cartaract (HC). Als men een drager maal een vrije hond (dat is dus een hond zonder gemuteerde genen) kruist, zullen 50% van de nakomelingen zelf weer drager zijn en 50% zal vrij zijn van Cartaract. LET OP!!!, deze percentages zijn uit het resultaat als men de uitkomsten van heel veel nesten in kaart gaat brengen, de zogenaamde wet van de grote getallen. Het is dus niet zo dat als men vier puppies heeft uit een combinatie waarvan de vader /moeder drager is en de andere vrij, dat twee puppies vrij zullen zijn en de twee andere Congenitale Cartaract (HC) zullen krijgen. Als men geluk heeft, kan het zo zijn dat het hele nest geen Cartaract zal krijgen maar als men pech heeft, kan het zo zijn dat alle puppies wel Congenintaal Cartaract (HC) krijgen. Naar verwachting kan het zijn dat 20% van alle STaffordshire Bull Terriers in Groot Brittannië dragers zullen blijken te zijn. Aangezien men niet precies weet (ook wij in Nederland weten dat niet!) hoe de genenpool in Groot Brittannië is samengesteld, adviseert men niet om gelijk alle dragers van de fok uit te sluiten, integendeel zelfs. Om te voorkomen dat men nu denkt dat het niet belangrijk is om te testen, wil ik benadrukken dat om te weten waar men bezig is, men in ieders geval wel dient te testen – zelfs als men “slechts voor de gein”een nestje neemt of van zichzelf vindt dat men “slechts” een gelegenheidsfokker is – ik kan mezelf niet voorstellen dat iemand voor de “gein” honden op de wereld zet die ernstig gehandicapt zijn/worden terwijl men dit door middel van een goed toegankelijke test had kunnen voorkomen!

Normal geriatric dog eye

Cartaract
Onder Cartaract wordt – simpelweg gezegd – het troebel zijn van de lens verstaan, dat kan een klein gedeelte van de lens zijn maar de gehele lens kan ook troebel zijn. U zult begrijpen hoe groter de vertroebeling in het oog, hoe minder de hond kan zien. Er zijn diverse soorten Cartaract. Ik noem hier Secundair Cartaract: hiervan spreekt men als de hond nog andere oogafwijkingen heeft waarvan Cartaract dan het gevolg is. En Seniel Cartaract ook wel ouderdomscaratract genoemd, maar er zijn nog meer vormen! De nieuwe DNA- test bij de Staffordshire Bull Terriers richt zich op Congenitaal Cartaract (HC), deze vorm kan al aanwezig zijn als de pups hun oogjes open doen, maar meestal openbaart zich deze vorm van Cartaract vanaf de leeftijd van drie maanden en het treft (bijna) altijd beide ogen. Congenitaal Cartaract (HC) is progressief wat wil zeggen dat het een ziekte is die zich steeds verder ontwikkeld oftewel een kleine vertroebeling van de lens zal groter worden wat uiteindelijk blindheid tot gevolg heeft..

Alle lijnen
Met betrekking tot Congenitaal Cartaract (HC) wordt wel eens verondersteld dat deze erfelijke afwijking met name in de lijnen met overwegend rood en bonte Staffordshire Bull Terriers voor komt. Net zoals L2-HGA waarvan verondersteld werd dat deze aandoening alleen in lijnen met overwegend zwarte Staffordshire Bull Terriers te vinden zou zijn en waarvan van het tegendeel inmiddels ook al bewezen is, is men ervan overtuigd dat als men gaat testen ook Congenitaal Cartaract (HC) in alle lijnen te vinden zal zijn.

Standpunt SBTCN inzake fokken met drager
De ontwikkelingen op het gebied van het beschikbaar komen van de DNA testen hebben een sterke vlucht genomen, signalen duiden erop dat op korte termijn voor diverse aandoeningen DNA-testen beschikbaar zullen komen. Als men bedenkt dat elke hond tientallen erfelijke defecten in zijn DNA bij zich draagt, zal dit een grote impact hebben op een gesloten rashondenpopulatie zoals de Staffordshire Bull Terrier. Theoretisch gezien zal elke hond naarmate er meer DNA testen beschikbaar komen voor één of meerdere van dergelijk defecten worden “geïndentificeerd” als drager. Voor het opsporen van lijders zal het beschikbaar zijn van een DNA test weinig toevoegen simpelweg omdat ze ziek zijn, dit is niet van toepassing voor dragers, zij vertonen geen ziekteverschijnselen.

Gezien de samenstelling van de genenpool hier in Nederland, maar we kunnen het breder trekken naar zelfs Groot Brittannië – wij baseren ons in deze op de wereldwijd overkoepelende vereniging van Staffordshire Bull Terrier verenigingen “The Breed Council” – , is de Staffordshire Bull Terrier Club Nederland(SBTCN) volmondig van mening dat honden welke drager zijn van een erfelijk defect niet uitgesloten kunnen en mogen worden van de fokkerij. Dit omdat uitsluiting van dragers een bedreiging vormt voor de genenpool, genetische variatie is een basisvoorwaarde om effectief te kunnen selecteren in een populatie, maar ook omdat het beschikbaar zijn van DNA-testen het mogelijk maakt honden te fokken die weliswaar wellicht drager zullen zijn van een bepaalde aandoening maar zeer zeker er zelf niet ziek van zullen worden. De SBTCN is van mening dat met behulp van DNA-testen er naar gestreefd dient te worden genetische afwijkingen uit een populatie te fokken, dat dit enige tijd in beslag kan nemen dat realiseert de SBTCN zich maar dit biedt wel de mogelijkheid, zonder zieke dieren op de wereld te zetten, de reeds met zorg vastgelegde rastypische kenmerken te behouden.

 

L2-HGA: Eerste DNA test voor Staffordshire Bull Terriër nu beschikbaar
Sinds kort is er een DNA test beschikbaar voor L2-HGA. Wat deze stofwisselingsziekte inhoudt en hoe uw Staffordshire Bull Terrier op deze ziekte kunt laten testen kunt u lezen in dit artikel, ook wordt in dit artikel ingegaan, zij het heel basis, op wat is nu DNA en wordt aangegeven op welke wijze L2-HGA vererft. Inmiddels zijn de eerste Staffordshire Bull Terriers in Groot Brittannië getest en de resultaten hiervan zijn nogal verontrustend, temeer als men bedenkt dat daar een veel gebruikte dekreu als drager “ontdekt” is, dat betekend overigens niet dat L2-HGA maar in één bepaalde “familielijn” voorkomt, het kan in elke “familielijn” voorkomen.

L2-HGA is de afkorting voor L2-Hydroxyglutaric aciduria. Omdat de ziekteverschijnselen heel divers zijn werd en wordt deze afwijking nogal met andere (meer bekende) ziekten verward. De ziekteverschijnselen zijn o.a. epileptische aanvallen, coördinatieproblemen (moeilijk lopen), stijfheid van de spieren bij opwinding of beweging, rillen, ontypisch gedrag (staren naar muren, zich verschuilen onder tafels en in hoeken, oncontroleerbaar, onzindelijkheid). De eerste ziekteverschijnselen openbaren zich meestal op een leeftijd tussen zes en twaalf maanden, maar er zijn ook ziektegevallen bekend van Staffordshire Bull Terriers die 7 jaar oud waren toen de eerste verschijnselen zich openbaarden.

Naast o.a het testen van bloed en urine kan met een MRI scan ook de diagnose L2-HGA worden vastgesteld. Onderstaand ziet een tweetal afbeeldingen van MRI scans, één van gezonde (normal/unaffected) hersenenen één van hersenen die aangetast (affected) zijn door L2-HGA.

 

 

 
Door bovengenoemde testen kunnen Staffordshire Bull Terriers worden opgespoord die de ziekte daadwerkelijk hebben maar daarnaast ook de Staffordshire Bull Terriers die niet ziek zijn maar die het wel kunnen doorgeven (de zogenaamde “dragers”) aan hun kinderen die op hun beurt er wel ziek van kunnen worden en omdat te kunnen vaststellen is de DNA test van groot belang.

Door de DNA test kan worden vastgesteld welke Staffordshire Bull Terriers dus lijders, dragers of vrij zijn van L2-HGA.

Deze DNA-test wordt uitgevoerd door het in Groot Brittannië gevestigde Animal Health Trust. Uw dierenarts moet hiervoor wat bloed afnemen en dat naar dit instituut toezenden, tezamen met deze bloedtest moet een formulier ingevuld worden, dit formulier kunt u via deze link downloaden. Let er op dat het bloed verzonden wordt in een zogenaamde EDTA buis (dit staat overigens ook op het formulier). De uitslagen worden niet gepubliceerd en alleen bekend gemaakt aan uw dierenarts en natuurlijk aan u als eigenaar. De kosten hiervoor bedragen GBP 60,00 exclusief de kosten van bloedafname en eventueel consult wat u uw dierenarts moet betalen.

 

DNA en een beetje erfelijkheid!
Elk levend wezen is een fantastisch uniek bouwwerk. Kijken we naar de mens dan is elk mens verschillend en toch lijken ze erg op elkaar omdat het erfelijk materiaal van de ene mens weinig verschilt van de andere. Soms volstaat een klein verschil om een ziekte te doen ontstaan. En op deze wijze kunnen we ook naar honden kijken en in het kader van dit artikel naar de Staffordshire Bull Terrier en L2-HGA in het bijzonder. In een aantal gevallen stelt de toepassing van de nieuwste technieken onderzoekers in staat om kleine verschillen in erfelijk materiaal, het DNA, aan te tonen. Onder een lichtmicroscoop kan men het DNA in de kern van de witte bloedcellen in de vorm van chromosomen zien. Elke lichaamscel bevat chromosomen, die twee aan twee gelijk zijn, ze vormen een paar, een koppel. In totaal heeft elke hondencel 39 chromosomenparen. Van elk paar is het ene chromosoom van de moeder afkomstig en het andere van de vader.

Je kunt chromosomen vergelijken met een encyclopedie. De laatste twee delen bepalen het geslacht, dus of reu of teef. In elk van deze boekdelen kunnen we gigantische hoeveelheden zinnen lezen, de ene wat korter de ander wat langer. Deze zinnen noemen we in de biologie de genen. Deze zinnen (of genen) worden geschreven met behulp van een code, dit is een alfabet dat bestaat uit vier letters. De naam van dit alfabet is DNA (wat een afkorting is voor het Engelse: DesoxyriboNucleidAcid). DNA is een chemische stof die een beetje lijkt op een ladder in spiraalvorm. Elke sport van die ladder bestaat uit een chemische verbinding van twee stokjes. Die stokjes bestaan in vier soorten (de vier letters van het alfabet): Adenine (A), Thymine (T), Cytosine (C) en Guanine (G). Elk chromosoom, dus elk boekdeel, is in feite een lange tekst geschreven met vier letter (A, T, C, en G). Elke zin vormt een gen dat dus verantwoordelijk is voor een eigenschap bijvoorbeeld, kleur haar, lengte, gewicht maar ook afwijkingen. Via de chromosomen worden dus al deze eigenschappen overgedragen. Bedenk dus dat een helft van de moeder komt en de ander helft van de vader.

L2-HGA vererft autosomaal recessief
Autosomaal betekend dat zowel bij reuen als bij teven L2-HGA kan voorkomen. Daarnaast zijn er dominante en recessieve genen. Het dominante overheerst het recessieve gen, het dominante gen duiden we aan met de grote letter A, het ondergeschikte recessieve gen duiden we aan met een kleine letter a.

Als een hond getest wordt op L2-HGA kunnen door de volgende uitslagen naar voren komen:
•AA – vrij van L2-HGA – maar zie onderstaand “
•Aa – deze hond heeft de ziekte zelf niet maar kan het wel doorgeven aan zijn nakomelingen, deze honden noemen we ook wel “dragers”
•aa – deze hond heeft daadwerkelijk L2-HGA

Nu gaan we kijken wat er gebeurt dat als we met deze honden gaan fokken
•AA x AA: alle nakomelingen zijn vrij van L-2 HGA
•AA x Aa: 50% van de nakomelingen zijn vrij van L2-HGA en 50% is drager
•Aa x Aa: 25% is vrij van L2-HGA, 50% is drager en 25% is lijder
•AA x aa: alle nakomelingen zijn dragers
•aa x aa: alle nakomelingen zijn lijders

Korte samenvatting
•L2-HGA is een aandoening aan het zenuwstelsel
•L2-HGA komt zowel bij reuen als bij teven voor
•L2-HGA openbaart zich meestal tussen de zesde en twaalfde maand
•L2-HGA is een ziekte die zich verschillende wijzen manifesteert
•L2-HGA komt hoogstwaarschijnlijk in de gehele populatie voor
•L2-HGA kan aan de hand van een DNA-test worden vastgesteld
•L2-HGA vererft autosomaal recessief

Voor meer inormatie verwijzen wij u door naar de website van het AHT.

Patella Luxatie
Patella is de officiële naam voor de knieschijf. Een patella luxatie betekent dus een verschoven knieschijf. Er zijn verschillende vormen van luxaties. De meest voorkomende is de luxatie naar mediaal, d.w.z. naar de binnenzijde. We zien dit vaak bij honden van de kleine rassen. De luxatie naar lateraal, waarbij de knieschijf aan de buitenzijde voelbaar is zien we soms bij de grote rassen, vaak in combinatie met een draaiing van het dijbeen. Deze laatste vorm is zeldzaam. Hierna zullen we het daarom alleen hebben over de luxatie naar mediaal.

Oorzaak
Het kniegewricht is de verbinding tussen dijbeen en scheenbeen. Aan de voorzijde onderaan het dijbeen loopt een sleuf waar de knieschijf doorheen glijdt. Aan boven en onderzijde van de knieschijf zit de kniepees die op haar beurt weer vastzit aan een beenkam bovenaan, voorop het scheenbeen.Bij sommige honden is de sleuf in het dijbeen te ondiep en zit de aanhechting van de kniepees wat te ver naar binnen. De knieschijf kan dan gemakkelijk uit z’n sleuf naar binnen schieten (afglijden). Als dit gebeurt spreken we van een patella luxatie.

Voorkomen
De patella luxatie naar binnen (mediaal) is vooral een probleem bij de kleinere hondenrassen zoals terriërs, dwergpoedels, chihuahua’s, papillons en andere kleine honden. Het komt echter ook af en toe voor bij de grotere rassen.

Diagnose
De klachten van de hond hangen af van de ernst van de luxatie. We kennen verschillende vormen; Als de knieschijf er slechts af en toe afschiet, spreken we van een habituele patella subluxatie. Honden die dit hebben, lopen af en toe een paar passen met een poot opgetrokken. De knieschijf is alleen op dat moment van zijn plaats geschoven. Na een paar stappen schiet hij weer terug en de hond loopt normaal verder. Wanneer de knieschijf er vaker afligt en slechts af en toe terugspringt, spreken we van een stationaire (sub)luxatie. Deze honden hebben problemen met overeind komen en lopen. Ze gaan met hun achterpoten met O-beentjes (een soort kikkerpas) lopen. De hond heeft hier zelf behoorlijk last van. De ergste vorm is wanneer de knieschijf er totaal afligt en ook niet meer op z!n plaats is terug te leggen. Deze dieren kunnen niet normaal staan en moeten als het ware roeien met hun achterpoten om vooruit te komen. Soms lopen ze alleen op hun voorpoten!! Bij onderzoek moet niet alleen naar de ligging van de knieschijf gekeken worden maar ook naar de stand van het dijbeen. Verder zijn de kromming van de beenkam op het scheenbeen en de diepte van de sleuf in het dijbeen van belang. Ook zien we in combinatie met een patella luxatie nog wel eens andere knieproblemen zoals gescheurde kruisbanden of extra gewrichtsslijtage.

Behandeling
Dieren met een patella subluxatie, waarbij de knieschijf maar heel af en toe luxeert hoeven niet perse geopereerd te worden. Als de knieschijf vaker van zijn plaats schiet, of zelfs permanent verkeerd ligt moet er worden ingegrepen. De enige manier is operatief. Bij een subluxatie is het vaak voldoende om de aanhechting van de kniepees een stukje te verplaatsen. Dit gebeurt door de beenkam bovenaan bet scheenbeen los te maken en op de correcte plaats weer vast te zetten. Als ook de sleuf in het dijbeen (knie) te ondiep is moet deze worden uitgediept. Vroeger gebeurde dit door in het dijbeen een nieuwe sleuf te frezen. Nadeel hiervan was dat het gewrichtskraakbeen onherstelbaar beschadigd werd. Daarom kiezen we nu liever veer technieken waarbij dit kraakbeen zoveel mogelijk gespaard blijft. Hiernaast wordt het gewrichtskapsel strakker aangetrokken zodat de knieschijf beter op z ‘n plaats blijft liggen. De behandeling van dit knieprobleem verschilt dus van geval tot geval en is afhankelijk van de ernst van de aandoening.

Erfelijkheid
De aandoening is erfelijk. Het is daarom raadzaam niet te fokken met dieren met een duidelijke luxatie. De precieze wijze van overerving is niet bekend, maar zal waarschijnlijk op meerdere factoren berusten, net zoals b.v. bij heupdysplasie.

Preventie
Afgezien van een gericht fokprogramma is er geen manier om luxaties te voorkomen. Traplopen, springen en dergelijke hebben geen directe invloed op het ontstaan van een luxatie.
Problemen met de knieschijf
Tijdens een wandeling tilt de hond zijn achterpoot op en hinkt en loopt even later weer normaal. Dit herhaalt zich de volgende dag weer en de kans is groot dat dit probleem zich blijft herhalen en duidt dit vermoedelijk op een losse knieschijf of teweten Patella Luxatie. De losse knieschijf kan bij alle rassen voorkomen.
Bij de meeste honden is het een aangeboren afwijking, maar niet altijd erfelijk bepaald. Ook honden die zijn aangereden of te zwaar zijn, of te veel rennen, springen of een onverwachte beweging maken kunnen er last van krijgen. Wat er gebeurt is dat de knieschijf van zijn plaats schiet en links of rechts naast het gewricht belandt, dit geeft een knappend geluid. Door de verandering van de knieschijf komen ook de spieren anders te liggen, met het gevolg dat de hond automatisch de achterpoot buigt.
Bij sommige honden schiet de los geraakte knieschijf er 1 x per maand uit en bij anderen ligt hij er continue naast, buiten dat dit heel erg pijnlijk is, veroorzaakt het ook een ongecontroleerde beweging. Het is niet zo dat de hond alleen maar iets voelt als de knieschijf er uit schiet, hij heeft voortdurend last van een nare zeurende pijn die niet verdwijnt. Als de hond dus de indruk wekt problemen te hebben met een van zijn knieschijven, doet u er verstandig aan om naar de dierenarts te gaan, die kan bepalen of een operatie noodzakelijk is. Dit houdt in dat de knieschijf beter in het gewricht wordt geplaatst.
Hoe hangt af van de situatie, de dierenarts kan de pezen aan het gewricht hechten, maar kan ook de gleuf in het gewricht uitdiepen zodat de knieschijf er niet meer uitschiet. Hoe sneller de hond op de behandeltafel ligt, hoe minder ingrijpend de operatie zal zijn en hoe minder het gewricht is aangetast, hoe eerder de hond weer op de been is.
Erfelijke aandoeningen zijn alleen maar te voorkomen door aanpassing van het fokbeleid. Het is onverstandig om een hond met aanleg voor Patella Luxatie te laten rennen en draven. Het is dus beter om een jonge hond het eerste halfjaar liever zes keer per dag 10 minuten te laten lopen als twee keer een half uur. Dit betekent nu ook weer niet dat de hond voortdurend geremd moet worden en niets meer mag en steeds naast je moet lopen. Natuurlijk mag hij best een keer draven. Waar het om gaat is dat de jonge hond niet steeds achter ballen aan rent en hoge sprongen maakt. Ook onverwachtse draaiende bewegingen kunnen funest zijn voor het kwetsbare kniegewricht. Dus laat een jonge hond alles met mate doen, voorkom dus ook traplopen, op banken en stoelen springen, dit zijn slechte belastingen omdat het gehele gewicht op de achterhand terecht komt. Let ook op overgewicht, teveel kilo’s is ook een belasting en kan problemen geven. Pas als de hond uitgegroeid is en de bespiering goed ontwikkeld zijn kan de belasting geleidelijk aan worden opgevoerd. Kijk wat er gebeurt en als u de zaak niet vertrouwd raadpleeg dan uw dierenarts.

Bron: Stafford Bull Terrïër Club, www.sbtc.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s